software – tab 2 – Configuratie settings

uv8d software 2

 

  • Nu Avaiable In Ch operation – on en off – Als je off programmeert dan is het Menu niet beschikbaar op de portofoon, bij on wel.
  • Voice guide – Stem gids – aan en uit.
  • Language Switch – kies uit Engels of Chinees.
  • Time-out timer – De maximale spreekduur per doorgang.
  • TOT Pre-alert – uit of 1 tot 10 seconden – Geeft een teken als de maximale spreektijd bijna bereikt is.
  • RogerBot – rogerpiep bij begin uitzending. Eot – rogerpiep aan eind van uitzending. Both – rogerpiep aan begin en eind uitzending.  Uit –  geen rogerpiep
  • Battery save – Batterij spaarstand, aan en uit.
  • Auto lock – aan en uit. In de aan stand worden de toetsen geblokkeerd als er 15 seconden niets uitgezonden of ontvangen wordt.
  • Key lock – Aan en uit – Toetsenbord blijft ongeblokkeerd na deblokkering.
  • Beep – Aan en uit – In de aan functie geeft de portofoon een signaal bij een foute ingave of bij een bedieningsfout.
  • Stop-watch – Het aan en uitzetten van de stopwatchfunctie
  • Backlight – De tijd dat het achtergrondlicht blijft branden na het laatste gebruik.
  • Sidetone – OFFzet alles uit. DT-ST:The key sidetone is open gedurende uitzending. Ani-stAni id code is geopend tijdens de uitzending. Dt+aniZowel de key sidetone als de Ani id code tone is open tijdens de uitzending.
  • Ani-id switch – Aan en uit – In de aan instelling wordt de Ani id automatisch uitgezonden als je de PTT toets indrukt.
  • PTT-ID delay –  De vertraging waarmee dat ani-id wordt uitgezonden naar het indrukken van de PTT toets.
  • PTT-IDBot: Zendt de ani-di mee bij begin van uitzending. Eot: Zendt de ani-id mee aan het eind van de uitzending. Both: zendt de ani-id mee aan begin en eind van de uitzending
  • Ring time – Het aantal seconden dat het bel signaal afgaat als je door middel van dtmf wordt opgeroepen
  • Scan mode – De scan modes – To: als er 5 seconden niets gedaan wordt gaat de portofoon verder met scannen. Co: Als de portofoon 3 seconden niet ontvangt gaat hij verder met scannen. Se: Als er wat ontvangen wordt blijft de portofoon op deze frequentie staan.
  • Vox – Vox niveau – Het niveau bij welke spreeksterkte de portofoon begint te zenden. Bij 0 staat de vox uit. Hoe oger het niveau, des te minder gevoelig.
  • Busy lock A en Busy lock B – Als de frequentie bezet is kan er niet gezonden worden als deze functie aanstaat.
  • Prich-sw – In de aan stand staat de prioriteitsfunctie aan.
  • Pri-ch – Het prioriteitskanaal kun je hier instellen
  • Work mode – Hier kun je kiezen om de portofoon gewoon te laten werken of als repeater.
  •  Rpt-setting – Hier stel je in hoe de crossband repeater werkt, unidirectional of birational. In unidirectional (X-dirpt) ontvangt de portofoon op de main-frequentie en zendt dit signaal uit in op de sub-band. In birational (X-twrpt) mode ontvangt de portofoon op de hoofdfrequentie en zendt op de sub-frequentie. Als er op de sub-frequentie een signaal ontvangen wordt, zal de portofoon dit signaal uitzenden op de main-frequentie.
  • Rpt-spk – De speaker aan of uit als de portofoon in de repeater mode staat
  • Rpt-ptt – De ptt-knop aan of uit als de portofoon in de repeater mode staat
  • DTMF transmit time – hier stel je de tijd in hoe snel de dtmf oproeptoon wordt uitgezonden.
  • DTMF interval time – Hier stel je de tijd in die er tussen 2 oproepen zit.
  • Alert – De toon om een repeater te openen kun je hier instellen, 1750/2100/1000 en 1450 Hz.
  • RPT tone – bevestigingstekentje in het display na het ontvangen van het signaal door de portofoon in repeater mode.
  • Hold time to repeat – De tijd dat de portofoon na gebruik in repeater mode nog geblokkeerd is.
  • Scan det – Scan ctcss/dcs. In de aan functie zal de portofoon detecteren dat er een subtoon wordt meegezonden.
  • Sc-Qt – Na het scannen van Ctcss/dcs tonen zal het de gescande tonen opslaan. Decorder: slaat de ontvangst toon op. Encoder: slaat de zendtoon op. All: slaat beide tonen op.
  • Sub-Frequency Mute Setting – Off: Volume hoofd en subfrequentie is gelijk. TX: zendend op hoofdfrequentie zet het volume van de subfrequentie uit. TX/RX: bij zenden en ontvangen op de hoofdfrequentie is de subfrequentie stil. RX: Bij ontvangst op de hoofdfrequentie is de subfrequentie stil.
  • Ponmsg – Toont op opstarten een plaatje of de batterij status.
  • Mode switch password – Wachtwoord voor het kunnen omschakelen van kanaalmode naar frequentiemode
  • Reset password – Wachtwoord om de portofoon naar de fabrieksinstellingen terug te zetten